img-14-new.jpg
020 567 30 90 Onbezorgde mobiliteit 24/7 Contact

DEEL DEZE PAGINA

FacebookTwitterGoogle+EmailPrint

Donkervoort versus Dallara: een bijzonder principiële keuze…

Stel, je krijgt zomaar last van zomerzotheid (of van een serieuze zonnesteek…) en je besluit anderhalve ton (netto) uit te geven aan iets snels voor erbij, dat je niet noodzakelijkerwijs in Nederland hoeft te registreren. Dan zou het zomaar kunnen gebeuren dat je denkt aan Donkervoort. Omdat onze nationale trots recent haar veertigjarig bestaan vierde. Joop en zijn zoon Denis grijpen jubilea altijd aan om met iets (heel) bijzonders te komen en dat is deze keer de GTO-40. Een nog lichtere en nog snellere variant van Joop’s vederlichte & supersnelle sigaar op (eventueel uit carbon vervaardigde) wielen. Echt een ontzéttend gave en mooi gebouwde auto waarvoor Donkervoort wereldwijd erkenning geniet en waarvan ze de voorziene 40 exemplaren moeiteloos zullen verkopen. Een ander bedrijf dat wereldfaam geniet, is het Italiaanse Dallara. Maar Dallara is eigenlijk alleen bekend bij insiders in de autosport. Want ze ontwikkelen en bouwen raceauto’s, zoals de Haas F1, de Formule E auto’s en talloze andere ‘sigaren’ met vleugels. Zonder er ruchtbaarheid aan te geven, hielpen ze autofabrikanten bij de ontwikkeling (Bugatti Veyron, Alfa Romeo 4C…) en oprichter Giampaolo Dallara (die ooit de Lamborghini Miura ontwikkelde!) nam zich jaren geleden voor eindelijk ook eens een eigen ‘Stradale’ oftewel een straat-legale auto in productie te nemen. Op z’n tachtigste verjaardag kon het prototype worden gepresenteerd en in inmiddels is de Dallara Stradale te koop.

Opnieuw leren autorijden
Dat moet je eigenlijk zowel met een Donkervoort als met een Dallara, maar de manier waarop verschilt nogal. In een Donkervoort moet je als rijder je ‘input’ behoorlijk  minimaliseren ten opzichte van je commando’s in een gewone auto. Een Donkervoort moet je hanteren als een chirurg zijn scalpel omdat er zo vreselijk veel scherpte in zit en omdat je heel snel angstaanjagend veel snelheid opbouwt. Een interessante uitdaging, nog los van ongekende snelheidssensatie en de zeer intense (om niet te zeggen vermoeiende…) rijbeleving. Die snelheidssensatie is wellicht een fractie geringer in de Dallara, maar je kunt er (veel) sneller een circuit mee rond. Als je bekend bent met het fenomeen ‘downforce’ althans. Als je dat niet bent, moet je er even doorheen; voelen dat je een (snelle) bocht met meer snelheid kunt nemen dan je instinct je vertelt, dat je meer snelheid dan je eigenlijk zou durven moét meenemen in de bocht om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het ‘als op rails’ aanvoelt. Want zo voelt dat in een auto die op topsnelheid (280km/h) ruim 800 kilogram neerwaartse druk genereert. Je kunt ook ineens heel andere lijnen rijden; relatief vroeg insturen en ‘hoekig’ in plaats van ‘rond’ een bocht nemen. Klassiek geschoolde rijders moeten dat van jonge honden leren. Maar daar moet je wèl zin in hebben natuurlijk. Beide auto’s hebben 400 pk en accelereren in rond de 3 seconden naar de honderd (de Donkervoort is sneller, want nog minstens 150 kilo lichter dan de slechts 855 kilogram wegende Dallara), dáár zit het hem dus niet in. Veeleer gaat het om de keuze voor iets dat je eigenlijk al kent óf voor het betreden van volledig onbekend terrein.

Dus…
Je hebt vakantie en gaat eerst naar Lelystad om het ‘atelier’ van Donkervoort te bekijken en er ‘een gevoel’ bij te krijgen. Vervolgens rij je naar een dorpje onder de rook van Parma om zwaar onder de indruk te raken van de state-of-the-art Dallara-fabriek. Daarna maak je na langdurig overleg met jezelf een bijzonder principiële keuze.




hi